stichten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stich·ten
Woordherkomst en -opbouw

Van een ouder werkwoord stiften, dat samenhangt met stijf.

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stichten
stichtte
gesticht
zwak -t volledig

Werkwoord

stichten

  1. (overgankelijk) de grondslag voor iets leggen, iets instellen
    Kaapstad werd in 1652 gesticht door Jan van Riebeeck en zijn mannen.
Uitdrukkingen en gezegden

Een gezin stichten.

Vertalingen