veroordelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·oor·de·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| veroordelen |
veroordeelde |
veroordeeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
veroordelen
- (juridisch) in een rechtszaak een oordeel uitspreken
- Een Amerikaanse hacker die betrokken was bij de grootste diefstal van creditcardgegevens aller tijden is in Boston veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf.
- (figuurlijk) zeggen dat je iets verkeerd vindt
- Wetenschappers veroordelen politieke aanvallen op klimaatwetenschappers.
Synoniemen
Antoniemen
- [1]: vrijspreken
- [2]: toejuichen
Vertalingen
1. in een rechtszaak een oordeel uitspreken