berechten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·rech·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
berechten
berechtte
berecht
zwak -t volledig

Werkwoord

berechten

  1. (overgankelijk) onderwerpen aan een rechtsproces
    Hij werd in absentie berecht.