verlegen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·le·gen
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | verlegen | verlegener | verlegenst |
| verbogen | verlegene | verlegenere | verlegenste |
Bijvoeglijk naamwoord
verlegen
- onzeker tegenover anderen
- Waarom ben jij toch zo'n verlegen jongen? Dat is toch helemaal niet nodig.