voorafgaand
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·af·gaand
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| voorafgaan |
voorafgaand
- onvoltooid deelwoord van voorafgaan
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | voorafgaand |
| verbogen | voorafgaande |
Bijvoeglijk naamwoord
voorafgaand
- ~ aan: in de tijd eerder komend
- De daaraan voorafgaande gebeurtenissen verklaren veel.