afgelopen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·ge·lo·pen
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | afgelopen | meer afgelopen | meest afgelopen |
| verbogen | - | - | - |
Bijvoeglijk naamwoord
afgelopen
- beëindigd.
- Afgelopen kun je alleen gebruiken tegen het einde van de desbetreffende periode.
Uitdrukkingen en gezegden
- De afgelopen maanden.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| aflopen |
afgelopen
- voltooid deelwoord van aflopen