verlangen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ver·lan·gen
enkelvoud meervoud
naamwoord verlangen verlangens
verkleinwoord verlangentje verlangentjes

Zelfstandig naamwoord

verlangen o

  1. het iets willen hebben.
    Zijn verlangen nog eenmaal zijn oude vaderland te zien ging in vervulling.
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verlangen
verlangde
verlangd
zwak -d volledig

verlangen

  1. iets erg graag willen hebben.
    Er werd van hem verlangd dat hij ervoor uit zijn vakantie terug zou komen.
Synoniemen


Vertalingen
Persoonlijke instellingen