lust

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lust
Woordherkomst en -opbouw
  • Lust betekent begeerte, hevig verlangen. Het woord verscheen omstreeks 1265-1270 in de Middelnederlandse taal, onder invloed van het Oudhoogduitse, Oudfriese en Oudengelse lust, het Oudsaksische lusta en het Gotische lustus. Het woord hangt samen met het Latijnse lascivus, "dartel", het Oudgriekse lilaiomai, "ik begeer", en Oudindisch lasati, "hij streeft [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord lust lusten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

lust m

  1. (seksualiteit) seksueel verlangen, geilheid, wellust
    Hij gaf toe aan zijn dierlijke lusten.
  2. behoefte of verlangen (zin om) iets te doen
    Na die vermoeiende dag had hij geen enkele lust meer om dat te doen.
  3. plezier, genot
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Werkwoord

vervoeging van
lusten

lust

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lusten
    Ik lust.
  2. gebiedende wijs van lusten
    Lust!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lusten
    Lust je?