vent
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vent
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vent | venten |
| verkleinwoord | ventje | ventjes |
Zelfstandig naamwoord
vent m
- een kerel, een man (wordt zowel positieve als in negatieve zin gebruikt)
- Een toffe gozer, een jofele vent.
- Nee, die man van mij, dat is een eitje, een vent van niks!
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| venten |
vent
- enkelvoud tegenwoordige tijd van venten
- gebiedende wijs van venten
- Nee, ik vent niet meer, ik sta nu op de markt, minder gesjouw weet je ...
Frans
Woordafbreking
- vent
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| vent | le vent | vents | les vents |
Zelfstandig naamwoord
vent m
- (meteorologie) wind
- «D'ou vient le vent?»
- Uit welke hoek waait de wind?
- «D'ou vient le vent?»
Antoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
- Qui sème le vent, récolte la tempête.
Uitdrukkingen en gezegden
- bon vent
goede reis
- coupe de vent
rukwind
- rafale de vent
rukwind
- force du vent
windkracht
- vitesse du vent
windsnelheid
- vent debout
tegenwind
- vent arrière
wind mee