vent

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vent
enkelvoud meervoud
naamwoord vent venten
verkleinwoord ventje ventjes

Zelfstandig naamwoord

vent m

  1. een kerel, een man (wordt zowel positieve als in negatieve zin gebruikt)
    Een toffe gozer, een jofele vent.
    Nee, die man van mij, dat is een eitje, een vent van niks!
  2. In Belgisch Nederlands: Een gecastreerde ezel (vgl. met Nederlandse oen en kluns)
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
venten

vent

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van venten
  2. gebiedende wijs van venten
    Nee, ik vent niet meer, ik sta nu op de markt, minder gesjouw weet je ...


Frans

Woordafbreking
  • vent
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  vent     le vent     vents     les vents  

Zelfstandig naamwoord

vent m

  1. (meteorologie) wind
    «D'où vient le vent
    Uit welke hoek waait de wind?
Antoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • Qui sème le vent, récolte la tempête.
Uitdrukkingen en gezegden
  • bon vent
goede reis
  • coup de vent
rukwind
  • rafale de vent
rukwind
  • force du vent
windkracht
  • vitesse du vent
windsnelheid
  • vent debout
tegenwind
  • vent arrière
wind mee