heruitzenden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- her·uit·zen·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| heruitzenden |
zond opnieuw uit (zond heruit) (bijzin) heruitzond |
heruitgezonden |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
heruitzenden
- (overgankelijk) een televisieprogamma opnieuw uitzenden
- Zij besloten het programma heruit te zenden.
Afgeleide begrippen
Opmerkingen
- Gescheiden vormen zoals "ik zond heruit" zijn schaars en worden dikwijls omschreven met opnieuw.