trommel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Trommel [1]
Koekjes in een trommeltje [2]

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trom·mel
enkelvoud meervoud
naamwoord trommel trommels
verkleinwoord trommeltje trommeltjes

Zelfstandig naamwoord

trommel v/m

  1. (muziekinstrument) een cilindervormig, met een vel bespannen slaginstrument
    De een speelde de fluit en de andere de trommel.
  2. een vaak ronde, afsluitbare, gewoonlijk metalen doos
    Doe die koekjes even in de trommel, dan blijven ze vers.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
trommelen

trommel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trommelen
    Ik trommel.
  2. gebiedende wijs van trommelen
    Trommel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trommelen
    Trommel je?

Meer informatie


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

trommel

  1. (muziekinstrument) trommel
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen