zeggen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zeg·gen
Woordherkomst en -opbouw
|
|
Woordherkomst en -opbouw
- Zeggen was van oorsprong zwak maar door elisie van de g en daarna van de slotlettergreep -de is het in de verleden tijd onregelmatig geworden: zegde> zeide> zei. In Vlaanderen is de regelmatige vorm nog steeds in gebruik.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| zeggen /ˈzɛ.ɣə(n)/ |
zei, zegde /zɛɪ̯/, /ˈzɛɣ.də/ |
gezegd /ɣə.ˈzɛxt/ |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
zeggen
- mondeling mededelen, spreken, betuigen
- Hij zegt dat hij gewoon aanwezig was.
Vertalingen
1. mondeling mededelen, spreken, betuigen
|
|
Zelfstandig naamwoord
zeggen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord zegge