beloven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·lo·ven
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beloven |
beloofde |
beloofd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
beloven
- (overgankelijk) toezeggen dat iets gedaan zal worden
Vertalingen
1. toezeggen dat iets gedaan zal worden