daarop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • daar·op
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     op  
 persoonlijk     erop  
aanwijz.   nabij     hierop  
  veraf     daarop  
  vragend/betrekk.     waarop  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
daarop

  1. op dat, op die
    Daarop zet je een vaas met bloemen.

Bijwoord

daarop

  1. op een tijdstip vlak na het genoemde
    Na een paar replieken werd het debat gesloten. Daarop kwam 't hoofdpunt ter sprake.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen