studeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stu·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
studeren
studeerde
gestudeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

studeren

  1. het volgen van een opleiding en verwerven van kennis, gewoonlijk aan een universiteit als voornaamste bezigheid
    Jan studeert in Groningen.
  2. het zich concentreren op een bepaalde lesstof om zich deze eigen te maken
    Je moet Jan niet storen want hij zit te studeren.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen