studeerkamer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stu·deer·ka·mer
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | studeerkamer | studeerkamers |
| verkleinwoord | studeerkamertje | studeerkamertjes |
Zelfstandig naamwoord
- een ruimte om te studeren
- In de studeerkamer stond een grote boekenkast.