bestuderen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bestuderen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- be·stu·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bestuderen |
bestudeerde |
bestudeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
bestuderen
- (overgankelijk) er een studie over maken