stroop
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
- stroop
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stroop | stropen |
| verkleinwoord | stroopje | stroopjes |
Zelfstandig naamwoord
stroop
- v/m (voeding) een dikke, viskeuze, geconcentreerde vloeistof waarin een grote hoeveelheid suikers zijn opgelost
- Een boterham met stroop.
- m het stropen van wild
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: iemand stroop om de mond smeren
iemand overdreven vleien
Vertalingen
1. een dikke, viskeuze, geconcentreerde vloeistof waarin een grote hoeveelheid suikers zijn opgelost
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| stropen |
stroop