stropen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- stro·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| stropen 'stro.pə(n) |
stroopte 'strop.tə |
gestroopt ɣə.'stropt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
stropen
- de huid van een dier afhalen door deze binnenstebuiten te keren
- wederrechtelijk jacht maken op wild
Zelfstandig naamwoord
stropen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stroop