steek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- steek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | steek | steken |
| verkleinwoord | steekje | steekjes |
Zelfstandig naamwoord
steek m
- een penetratie met een scherp puntig voorwerp
- De steek met die dolk was diep genoeg om flinke schade te doen.
- een langdurige scherpe pijn
- Hij kreeg ineens een steek in de zij.
- een eenmalige doorvoering van een draad door een weefsel, meestal met behulp van een naald
- een bepaald soort hoofddeksel
- in de ~ laten: iemand verlaten in plaats van hulp te verlenen
Vertalingen
3. een eenmalige doorvoering van een draad door een weefsel, meestal met behulp van een naald
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| steken |
steek