normaal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- nor·maal
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | normaal | normaler | normaalst |
| verbogen | normale | normalere | normaalste |
Bijvoeglijk naamwoord
normaal
- gangbaar, gewoon
- Dat is een normale manier om een aanbod af te slaan.
- als norm dienend
- (wiskunde) (natuurkunde) loodrecht (normaalkracht, normaalvector)
Afgeleide begrippen
- normaalelement, normaalkracht, normaalschool, normaalspanning, normaalspoor, normaaltoon, normaalvector, normaalverdeling
Vertalingen
2. als norm dienend
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | normaal | normalen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- (wiskunde) loodlijn
- (meteorologie) gemiddelde waarde over een lang tijdsverloop
- benzine met een lager octaangetal dan superbenzine
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.