solo
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- so·lo
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | solo | solo's |
| verkleinwoord | solootje | solootjes |
Zelfstandig naamwoord
solo m
- het alleen optreden
- Zij zingt een solo.
- het alleen uitvoeren van een reeks acties in een sportwedstrijd
- Hij scoorde na een prachtige solo.
Spaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | solo | solos |
| vrouwelijk | sola | solas |
Bijvoeglijk naamwoord
solo