solo

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • so·lo
enkelvoud meervoud
naamwoord solo solo's
verkleinwoord solootje solootjes

Zelfstandig naamwoord

solo m

  1. het alleen optreden
    Zij zingt een solo.
  2. het alleen uitvoeren van een reeks acties in een sportwedstrijd
    Hij scoorde na een prachtige solo.


Spaans

  enkelvoud meervoud
mannelijk solo solos
vrouwelijk sola solas

Bijvoeglijk naamwoord

solo

  1. eenzaam, alleen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen