snappen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snap·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
snappen
snapte
gesnapt
zwak -t volledig

Werkwoord

snappen

  1. iets vatten in de zin van begrijpen, doorhebben
    Ik snap er niets van.
  2. iemand vatten in de zin van betrappen
    De dief werd gesnapt.
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen