snappen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- snap·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| snappen |
snapte |
gesnapt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
snappen
- iets vatten in de zin van begrijpen, doorhebben
- Ik snap er niets van.
- iemand vatten in de zin van betrappen
- De dief werd gesnapt.
Antoniemen
- [2] ontsnappen