ontsnappen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van snappen (betrappen) met het voorvoegsel ont-
Woordafbreking
  • ont·snap·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontsnappen
ontsnapte
ontsnapt
zwak -t volledig

Werkwoord

ontsnappen

  1. aan gevangenschap, dreigende gevangenneming of ander gevaar ontkomen.
    Zij ontsnapten tenauwernood aan de neerstormende lawine.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen