nuttigen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- nut·ti·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| nuttigen |
nuttigde |
genuttigd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
nuttigen
- (overgankelijk) voedsel gebruiken
- Hij nuttigde een eenvoudige maaltijd.