slijk

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slijk

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord slijk -
verkleinwoord - -

slijk o

  1. mengsel van aarde, vuil en water.
    Varkens spelen graag in het slijk.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • het slijk der aarde
    • geld
  • iemand door het slijk halen
    • over iemand kwaadspreken
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen