leem
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Nederland) /leɪm/
- (Vlaanderen) /lem/
Woordafbreking
- leem
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | leem | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- kleiachtige, in vochtige toestand plastische grond met een zandgehalte groter dan 20%
- Dat huis was op een grond van leem gebouwd.
Vertalingen
1. kleiachtige, in vochtige toestand plastische grond met een zandgehalte groter dan 20%
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.