slachtoffer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slacht·of·fer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slachtoffer slachtoffers
verkleinwoord slachtoffertje slachtoffertjes

Zelfstandig naamwoord

slachtoffer o

  1. een dier dat gedood wordt als offer voor een godheid
  2. iets of iemand die kwalijke gevolgen ondervindt van een gebeurtenis
    Hij werd het slachtoffer van een overval.
    Het bedrijf werd het slachtoffer van gewetenloze speculanten.
  3. in het bijzonder iemand die om het leven komt ten gevolge van een gebeurtenis
    De vliegramp maakte 200 slachtoffers.
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie