schijn

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schijn
enkelvoud meervoud
naamwoord schijn
verkleinwoord schijntje

Zelfstandig naamwoord

schijn m

  1. bedriegelijk voorkomen
  2. zweem, glans
Gelijkklinkende woorden
Hyponiemen
Opmerkingen
  • Vaak als een soort voorvoegsel gebruikt als eerste lid van samenstellingen, om aan te geven dat het genoemde niet is wat het tweede lid suggereert (zie onder).
Uitdrukkingen en gezegden
  • Schijn bedriegt.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schijnen

schijn

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schijnen
    Ik schijn.
  2. gebiedende wijs van schijnen
    Schijn!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schijnen
    Schijn je?