-lijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| Huidig bestand |
|---|
| 166 |
Woordafbreking
- -lijk
Woordherkomst en -opbouw
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | -lijk | -lijker | -lijkst |
| verbogen | -lijke | -lijkere | -lijkste |
Achtervoegsel
-lijk
- het hebben van de karakteristieken (bv. kinderlijk)
- in staat zijn tot (bv. redelijk)
- toevoeging om van een werkwoord of zelfstandig naamwoord een bijvoeglijk naamwoord te maken (bv. gevaarlijk)