just

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Naar frequentie 3063 (bijvoewglijk naamwoord)


stellend vergrotend overtreffend
just juster
more just
justest
most just
Uitspraak
  • IPA: /dʒʌst/

Bijvoeglijk naamwoord

just

  1. rechtvaardig
  2. gerechtvaardigd
  3. verdiend
Naar frequentie 77 (bijwoord)

Bijwoord

just

  1. terecht
  2. net, zo-even, zonet
    «He just went home.»
    Hij is zo-even naar huis gegaan.
  3. alleen maar
  4. zomaar
    «He just walked in and sat down, as if he lived here.»
    Hij liep zomaar naar binnen en ging zitten, alsof hij hier woonde.
  5. gewoon
Afgeleide begrippen

Frase

just about

  1. ongeveer

Frase

just now

  1. op dit moment
  2. net

Frase

just then

  1. op dat ogenblik
  2. op dat moment
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen