proef
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- proef
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | proef | proeven |
| verkleinwoord | proefje | proefjes |
Zelfstandig naamwoord
- een onderzoek of test naar de juistheid, degelijkheid of waarheid.
- (natuurkunde), (scheikunde), (biologie) het verrichten van een handeling om een verschijnsel te achterhalen of zichtbaar te maken, proefneming, experiment
- een drukproef
Afgeleide begrippen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| proeven |
proef