monster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mon·ster
enkelvoud meervoud
naamwoord monster monsters
verkleinwoord monstertje monstertjes

Zelfstandig naamwoord

monster o

  1. schrikwekkend wezen
    Sommige kingeren zijn bang van monsters onder hun bed.
  2. een willekeurige hoeveelheid ontnomen aan een grotere massa
    Ik heb een paar monsters genomen om te analyseren.
    in de techniek is het nemen van een monster vrijwel altijd bedoeld om hierop een bepaling te doen van een grootheid die een exacte representatie is van die van de grotere massa
  3. iets dat vertoond wordt als een proefstuk, een staal
    monster bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
    monster bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
monster monsters

Zelfstandig naamwoord

monster

  1. monster, gedrocht.