oppakken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·pak·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| oppakken |
pakte op |
opgepakt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
oppakken
- (overgankelijk) pakken en oprapen
- Hij pakte de krant op en begon erin te lezen.
- (overgankelijk) (een idee of voorstel) gaan uitvoeren
- Dit is een heel goed idee, dat zullen we zeker oppakken.
- (overgankelijk) iemand gevangen nemen [1]
- Er zijn door het regime van die dictator weer een aantal tegenstanders opgepakt.
Synoniemen
- [1] oprapen, opnemen, optillen
- [3] gevangennemen, inrekenen
Verwante begrippen
- [3] aanhouden, arresteren
Vertalingen
3. iemand gevangen nemen