opnemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ne·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opnemen
nam op
opgenomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

opnemen

  1. (overgankelijk) in handen nemen
    Hij moest eerst de telefoon opnemen.
  2. (overgankelijk) het resultaat vaststellen
    De verpleegster kwam de temperatuur opnemen.
  3. (overgankelijk) een plaats geven
    Piet was in een tehuis opgenomen.
  4. (overgankelijk) van de rekening afhalen en omzetten in contact geld
    Hij wilde het geld opnemen via de pinautomaat.
  5. (overgankelijk) beginnen.
    Contact met iemand opnemen.
  6. (overgankelijk) bekijken.
    Hij nam de tekst goed in hem op.
  7. (overgankelijk) (beeld, geluid) registreren, vastleggen
    Hij wilde het liedje opnemen.
  8. (overgankelijk) opvatten.
    Gelukkig nam hij die rotopmerking goed op.
  9. (absoluut) het ~ opkomen.
    Piet nam het voor zijn zusje op toen zij gepest werd.
Uitdrukkingen en gezegden

Het voor iemand opnemen.

  • Voor iemand opkomen.
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.