ontdekken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·dek·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontdekken
ontdekte
ontdekt
zwak -t volledig

Werkwoord

ontdekken

  1. (overgankelijk) ergens achter komen
    Hij had ontdekt dat de band in een dag leegliep.
  2. (verouderd) weghalen van een bedekking[1]
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. S.C. Dik en J.G. Kooij (1972). Beginselen van de algemene taalwetenschap, p. 32. Uitg.: Het Spectrum, ISBN 9027451346.