vinden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vin·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vinden
vond
gevonden
klasse 3 volledig

Werkwoord

vinden

  1. (overgankelijk) iets aantreffen nadat ernaar gezocht is
    We hebben een nieuwe woning gevonden.
  2. iets bedenken
  3. iets op een bepaalde wijze beschouwen of ervaren
  4. iets ondervinden, iets ten deel krijgen
Uitdrukkingen en gezegden
  • zijn weg vinden
Vertalingen


Deens

Woordafbreking
  • vin·den

Zelfstandig naamwoord

vinden, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van vind


Middelnederlands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid
deelwoord
enkelvoud meervoud
vinden vand vonden gevonden
klasse 3 volledig  


Werkwoord

vinden

  1. vinden
    Ende Amand, die 't wel heeft verstaen,
    Las die letteren, ende als hi vand,
    Watter in stond, wert hi te hand
    Seere verblijt in sinen sinne,
    [1]
Verwijzingen
  1. r. 4765-9: Leven van Sinte Amand. Gillis de Wevel