eenvoudig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /enˈvʌːudəx/
- (Vlaanderen, Brabant): /enˈvʌːdəx/
Woordafbreking
- een·vou·dig
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Middelnederlandse eenvoudich, eenveldich en eenvuldich, verwant met het Middelnederduitse einvaldich, Oudhoogduitse einfaltig.
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | eenvoudig | eenvoudiger | eenvoudigst |
| verbogen | eenvoudige | eenvoudigere | eenvoudigste |
| partitief | eenvoudigs | eenvoudigers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
eenvoudig
- niet ingewikkeld
- De oefeningen die je moet maken zijn eenvoudig.
- zonder overdaad of vertoon
- Hij draagt een eenvoudige uitrusting.
Synoniemen
Antoniemen
- [1] ingewikkeld
- [2] overdadig
Afgeleide begrippen
Vertalingen
2. zonder overdaad of vertoon
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.