noodzakelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- nood·za·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
- afgeleid van noodzaak (stam van het werkwoord noodzaken) met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e- [1]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | noodzakelijk | noodzakelijker | meest noodzakelijk |
| verbogen | noodzakelijke | noodzakelijkere | meest noodzakelijke |
Bijvoeglijk naamwoord
noodzakelijk
- erg nodig
- Met die erge sneeuw doen we alleen de noodzakelijke boodschappen.
- in het wetenschappelijk en filosofisch taalgebruik noemt men iets noodzakelijk als het tegengestelde onmogelijk is
- noodzakelijk bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Antoniemen
Vertalingen
1. erg nodig