onvermijdelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·ver·mij·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van vermijdelijk met het voorvoegsel on-, naamwoord van handeling van vermijden met het achtervoegsel -lijk,
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | onvermijdelijk |
| verbogen | onvermijdelijke |
Bijvoeglijk naamwoord
onvermijdelijk
- waaraan niet te ontsnappen is
- Het is onvermijdelijk dat er bezuinigd moet worden in zorg.