wandbeen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wand·been
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wandbeen | wandbeenderen |
| verkleinwoord | wandbeentje | wandbeentjes |
Zelfstandig naamwoord
wandbeen o (zie afbeelding: regio tmp)
- (anatomie) één van de beenderen van de schedel
- Op de afbeelding was het wandbeen duidelijk te zien.
Synoniemen
- (wetenschappelijk) os parietale
Vertalingen
1. één van de beenderen van de schedel
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.