mid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /mɪð/ (Etsbergs)
enkelvoud meervoud
bepaald geheel mitte mitter
gemut. - -
onbepaald geheel mid mid
gemut. - -

Voorzetsel

mid + datief

  1. met
Afgeleide begrippen