soldaat
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sol·daat
Woordherkomst en -opbouw
- van het Middeleeuws Latijnse soldarius (iemand die soldij ontvangt), op haar beurt van Latijnse solidus (een Romeinse munt), een afgeleide van nummus solidus (stevige/solide munt), solidus stamt uiteindelijk van de Proto-Indo-Europese stam *sol- (heel) (met het achtervoegsel -aat)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | soldaat | soldaten |
| verkleinwoord | soldaatje | soldaatjes |
Zelfstandig naamwoord
soldaat m
- (beroep) (militair) een militair met de laagste rang binnen de krijgsmacht
- Tijdens de Eerste Wereldoorlog stierven er miljoenen soldaten in de loopgraven.
- (dierkunde) termiet of mier die vooral op roof uitgaat, of het nest verdedigt
- Soldaten zijn altijd vrouwtjes en dienen hun koningin.
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
|
Iets soldaat maken
|
Vertalingen
1. militair van lage rang
|
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
Zelfstandig naamwoord
soldaat