meet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- meet
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | meet | meten |
| verkleinwoord | meetje | meetjes |
Zelfstandig naamwoord
- een grensstreep, een eindstreep
- Aan de meet kwam hij net een wiellengte te kort.
Uitdrukkingen en gezegden
Van meet af aan.
- Vanaf het begin.
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| meten |
meet
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van meten
- Ik meet.
- gebiedende wijs van meten
- Meet!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van meten
- Meet je?
Engels
Uitspraak
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to meet |
| he/she/it | meets |
| verleden tijd | met |
| voltooid deelwoord |
met |
| onvoltooid deelwoord |
meeting |
| gebiedende wijs | meet |
Werkwoord
meet