meet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meet
enkelvoud meervoud
naamwoord meet meten
verkleinwoord meetje meetjes

Zelfstandig naamwoord

meet v/m

  1. een grensstreep, een eindstreep
    Aan de meet kwam hij net een wiellengte te kort.
Uitdrukkingen en gezegden

Van meet af aan.

  • Vanaf het begin.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
meten

meet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van meten
  2. gebiedende wijs van meten


Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to meet
he/she/it meets
verleden tijd met
voltooid
deelwoord
met
onvoltooid
deelwoord
meeting
gebiedende wijs meet

Werkwoord

meet

  1. ontmoeten