meet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meet
enkelvoud meervoud
naamwoord meet meten
verkleinwoord meetje meetjes

Zelfstandig naamwoord

meet v/m

  1. een grensstreep, een eindstreep
    Aan de meet kwam hij net een wiellengte te kort.
Uitdrukkingen en gezegden

Van meet af aan.

  • Vanaf het begin.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
meten

meet

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van meten
    Ik meet.
  2. gebiedende wijs van meten
    Meet!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van meten
    Meet je?


Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to meet
he/she/it meets
verleden tijd met
voltooid
deelwoord
met
onvoltooid
deelwoord
meeting
gebiedende wijs meet

Werkwoord

meet

  1. ontmoeten