ontmoeten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·moe·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontmoeten |
ontmoette |
ontmoet |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
ontmoeten
- (overgankelijk) met iemand kennismaken en een gesprek voeren
- Hij wilde graag het leuke meisje ontmoeten, maar durfde haar niet op te bellen.