meten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- me·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| meten |
mat |
gemeten |
| klasse 5 | volledig | |
Werkwoord
meten
- (overgankelijk) de waarde van een bepaalde grootheid bepalen door deze te vergelijken met een ijkwaarde
- Hij mat de lengte van de kamer met een meetlat.
- een maat hebben
- Hij meet wel twee meter.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- Met passen en meten wordt de meeste tijd versleten
- Meten is weten
- Met twee maten meten
Discrimineren
Vertalingen
1. de waarde van een bepaalde grootheid bepalen door deze te vergelijken met een ijkwaarde
Zelfstandig naamwoord
meten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord meet