meebrengen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mee·bren·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| meebrengen |
bracht mee |
meegebracht |
| zwak -cht | volledig | |
Werkwoord
meebrengen
- (overgankelijk) iets ~ iets met zich mee vervoeren
- Hij bracht zijn kinderen mee.