mee
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mee
Woordherkomst en -opbouw
- Samentrekking van mede -> me(de) -> mee.
| vnw. bijw. | ||
|---|---|---|
| voorzetselbijwoord | mee | |
| persoonlijk | ermee | |
| aanwijz. | nabij | hiermee |
| veraf | daarmee | |
| vragend/betrekk. | waarmee | |
Bijwoord
mee
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
- Hij voer enige tijd met hen mee.
- prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord van het voorzetsel met
- Hij heeft er weinig mee weten te bereiken.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mee | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- (voeding) licht alcoholische drank vervaardigd van honing
- (plantkunde) Rubia tinctorum
een plant waarvan de wortel een rode kleurstof bevat