brengen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bren·gen
Woordherkomst en -opbouw
|
|
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| brengen brɛŋə(n) |
bracht brɑxt |
gebracht ɣə'brɑxt |
| zwak -cht | volledig | |
Werkwoord
brengen
- (overgankelijk) ergens heen gaan om iets of iemand daar af te geven
- Hij bracht zijn dochtertje naar de dokter omdat zij tekenen van griep vertoonde.