centrum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cen·trum
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord centrum centra, centrums
verkleinwoord centrumpje centrumpjes

Zelfstandig naamwoord

centrum o

  1. middelpunt,in het midden gelegen
  2. binnenstad
  3. plaats waar bepaalde activiteiten geconcentreerd zijn
  4. (politiek) het midden van het politieke spectrum
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl